21 - 09 - 2019
IJsvogel Oktober 2018 (Nel Appelmelk)
Artikelindex
Bezoekers teller vanaf de 16de december 2018
VandaagVandaag48
GisterenGisteren47
Deze weekDeze week283
Deze maandDeze maand1005
Alle dagenAlle dagen12629
Taal/ Language/ Langue /Sprache

Paragraaf index


Hans van Aelst eerste Gelderse papiermaker

Reeds spoedig na zijn komst in Tiel krijgt Hans van Aelst van de stedelijke overheid vergunning 5) om een molen te leggen op de „stroem” (stroom) voor de stad (31 januari 1590). Van Aelst moet echter zelf voor een woning en het benodigde gereedschap zorgen en de overeengekomen pachtgelden op tijd voldoen. Uit verdere gegevens blijkt duidelijk, dat het hier eveneens een papiermolen betrof, die op een tweetal schepen in de Waal verankerd lag en waarvan het zeer brede onderslagsrad door de stroom werd gedreven. Op het ene schip zal de papiermolen gestaan hebben, terwijl de as van het rad vermoedelijk gerust heeft op het andere vaartuig, dat door balken stevig met het molenschip was verbonden.

Dit soort waterradmolens duidt men aan met de naam „scheeps- of schipmolens” 6). Ze zijn hoogstwaarschijnlijk in Europa voor het eerst gebruikt bij het beleg van Rome door de Oostgoten in 536 7). Toen de vijand de waterleiding naar de stad verstopt had, en zodoende ook de daardoor gedreven korenmolens buiten werking stelde, liet de veldheer Belisarius in de Tiber molens plaatsen op schepen. en wel zo dat de stroom de molenraderen in beweging bracht. Behalve voor Tiel vinden we in ons land ook schipmolens vermeld bij Deventer (1438), Nijmegen (1547) en Maastricht. Bij laatstgenoemde plaats lagen omstreeks 1633 een achttal van dergelijke molens. Er hebben verschillende typen schipmolens bestaan, waarop hier echter niet nader ingegaan kan worden.

Hans van Aelst werd op 13 september 1590 toegelaten als poorter der stad Tiel. Hij werkte er samen met Gerrit Verstap, die op 9 februari 1591 als papiermaker te boek staat In Tiel gaat het Van Aelst al evenmin voor de wind, want in een stuk van 24 november 1591 9) lezen wij van „die pappiren molen scheepen alhier nu inden gront gesenckt liggende”. Uit het voorgaande blijkt dus, dat de schepen, waarop de papiermolen had gestaan, door een niet nader genoemd ongeval waren gezonken. Hiermede was aan het kortstondig bestaan van de eerste Gelderse papiermolen een einde gekomen. De onfortuinlijke Hans van Aelst is toen opnieuw verhuisd, ditmaal naar Arnhem.