21 - 09 - 2019
IJsvogel Oktober 2018 (Nel Appelmelk)
Artikelindex
Bezoekers teller vanaf de 16de december 2018
VandaagVandaag47
GisterenGisteren47
Deze weekDeze week282
Deze maandDeze maand1004
Alle dagenAlle dagen12628
Taal/ Language/ Langue /Sprache

Paragraaf index


Veel Apeldoornse namen houden herinneringen aan voorbije maatschappelijke orde levend.
Uit het verre, vage verleden van ‘marken’ en ‘willekeuren’

Wie een omzwerving maakt over 't grondgebied van de Koninklijke Houtvesterijen zal daar, behalve ware “houtplantages” met rechte stammen van hoge gebruikswaarde ook bossen aantreffen met grillig gevormde bomen, die een haast spookachtige sfeer oproepen.
Men kan zich goed voorspellen hoe in een niet zo lang voorbij verleden, toen de meer rationele inzichten nog niet tot deze afgelegen contreien waren doorgedrongen, 't landvolk juist hier meende bovennatuurlijke verschijnselen waar te nemen.
Tijdens de lange winteravonden bij de haard, wanneer de stormwind aan de luiken rukte, vormden die irreële, maar diep gevoelde ervaringen dankbare vertelstof, die in al maar groeiende sagen van mond tot mond werd overgeleverd.
Maar hoe konden deze oude bossen met hun verwrongen stammetjes ontstaan? Zij waren eertijds gemeenschappelijk bezit van een aantal rechthebbenden, die hieruit hun boerengeriefhout betrokken, volgens oeroude rechtsregels, bij onderlinge afspraak vastgelegd. Alleen de mooie stammen hadden waarde, zodat de vergroeide boompjes bleven staan.
Toen deze terreinen door aankoop in het bezit van de Koninklijke Houtvesterijen overgingen was het de wens van koningin Wilhelmina, dat deze marke- of buurtbossen, vanwege hun bijzondere schoonheid en om hun historische waarde in de oorspronkelijke staat bewaard zouden blijven.
Zo zijn zij tot op de huidige dag een levend monument van een maatschappelijke orde, die thans geheel uit de tijd is geraakt, maar die nog tot in het begin van deze eeuw een ernstige factor bij het grondgebruik vormde.
Op het bestaan van de marken in vroeger dagen wijzen in onze omgeving de eigennamen: Holtrichter, Scheuter, misschien ook Schut, de namen van wegen als Richtersweg, Markendoel, Speldermarktweg en niet te vergeten het fraaie Apeldoornse natuurreservaat “De Loenermark”.
Sedert lang hebben er, ook op de Veluwe, marken bestaan. Zij werden echter in de vorige eeuw en in het begin van deze eeuw opgeheven. Zo kende men binnen het grondgebied van de gemeente Apeldoorn: de Wenumer Mark, de Wiesselse Mark, de Marke van Noord-Apeldoorn of Het Loo, de Order Mark, de Worminger Mark, de Ugcheler Mark, de Spelder Mark, de Engelander Mark, de Spelder Mark, De Engelander en Bruggeler Mark de Lierder Mark, de Marke ’t Woldhuis, de Marke van Loenen en Silven, alsmede de Maalschappen van de Uddeler Heegde, van ’t Meervelder Bosch, van ’t Hoogsoerense Bosch, van de Hoogsoerense Heegde en de Buurschap Asselter Bosch.

ONTSTAAN

Over het ontstaan van marken verschillen de deskundigen nog al van mening. Sommige oudere schrijvers zagen in deze vorm van gemeenschappelijk grondgebruik de oorspronkelijke toestand waarbij zij dan tevens nog al eens geneigd waren deze situatie te idealiseren. Thans gelooft men niet meer aan 'n dergelijk “agrarisch communisme” en is men eerder geneigd aan te nemen, dat de marken pas uit de late  middeleeuwen stammen. Hierbij schijnt de vraag gewettigd of deze opvatting weer niet al te ver in andere richting gaat.
Professor mr. P. W. A. Immink wijst op de verwantschap van het woord marke met Marca is grens. De term, waaronder later ook het begrensde gebied zou moeten worden verstaan, duidt op een door een collectiviteit van markegenoten in gemeenschappelijke eigendom bezeten gronden, in ruime zin op een territoir, waarop de bedoelde collectiviteit zekere gezagsrechten kon doen gelden. In een derde betekenis is marke de aanduiding voor de collectiviteit der markegenoten.
De gemeente-archivaris van Apeldoorn, de heer J. O. v. d. Vegte zegt over de marken: Kort gezegd ontstond een marke doordat een groep mensen in elkaars nabijheid boerderijen stichtte, grond in cultuur bracht en deze bouwlanden met wallen omringde ter wering van het wild en zo nodig ter bescherming tegen stuifzanden en andere natuurrampen.
Een deel van de grond buiten zo'n wal gelegen werd bestemd voor gemeenschappelijk gebruik, gemene- of markegrond geheten. Deze gebieden bestonden veelal uit bossen, heidevelden en soms ook veen. Over deze gemeenschappelijke gronden nu oefende een markebestuur toezicht en rechtspraak uit. Zonder toestemming van het markebestuur mocht men geen gebruik maken van deze terreinen  en het gebruiksrecht ervan was geregeld in allerlei voorschriften, opgetekend in een boek genaamd buurboek of willekeur. Op overtreding van een bepaling uit de willekeur stond straf, meestal het opleggen van een boete door het markebestuur maar ook bij wanbetaling het “panden”, beslag te leggen op goederen.

BEHEER

Jhr. mr. A. H. Martens van Sevenhoven verstaat onder de mark geografisch een territorium, waar een aantal geërfden woonden, aan wier erven delen verbonden waren in de eveneens binnen dat gebied gelegen gemeenschappelijk bezeten gronden, wegen, waterleidingen, enz.; juridisch de gemeenschap van die geërfden, welke zich niet alleen ten doel stelde het beheer der gemene  laatstgenoemde omstandigheid is de gronden, maar ook de behartiging van verschillende andere plaatseljke belangen.
Bij de markgenoten berustte ’t plaatselijk bestuur voor zovere niet hogere autoriteiten dit aan zich hadden getrokken. De laatstgenoemde omstandigheid is de oorzaak van zekere verscheidenheid in de bevoegdheden der markgenoten, die men kan opmerken in de tijd, waaruit de meeste historische gegevens omtrent de marken ten dienste staan.
Op de Veluwe, waar sedert de tweede helft van de zestiende eeuw de riddermatige geërfden in de scholtambten, de ambtsjonkers, langzamerhand vele bevoegdheden aan zich hadden getrokken, die oorspronkelijk aan alle geërfden toekwamen, zou de publiekrechtelijke betekenis van de marken tijdens de republiek in ’t algemeen minder groot zijn geweest dan in de Graafschap.
Geografisch omvatte, aldus jhr. Martens v. Sevenhoven, de mark in de regel een buurschap. Waar meer buurschappen gevonden werden zijn er, zo meent hij, doorgaans wel aanwijzingen, dat de mark uit de samenvoeging van meerdere marken moet zijn ontstaan.

KERSPEL

Meestal vormden enige marken tezamen een kerspel. Hoewel de geërfden in de mark tevens de kerspellieden, de stemhebbenden in het kerspel waren, bleef men toch ook op die plaatsen waar kerspel en mark samenvielen, beider zelfstandig bestaan erkennen.
Het geld voor de behartiging van beider belangen kwam wel uit één beurs maar men gevoelde, dat de markezaken, in ’t bijzonder het beheer der woeste gronden, niets met het kerspel te maken hadden. Vandaar, dat in deze streken de namen kerspel en mark ook daar, waar zij op hetzelfde gebied betrekking hadden, tot in de negentiende eeuw naast elkaar bleven bestaan.

CURTIS

Aangezien Jhr. Martens van Sevenhoven meent, dat hierop in de literatuur te weinig de aandacht is gevestigd wil hij de aandacht vestigen op het feit, dat we in zeer vele marken en in sommige buurschappen die onderdelen van marken vormen, een in de regel centraal gelegen en ook in andere opzichten de aandacht trekkend goed aantreffen, dat onder de naam hof, curtis of curia bekend is geweest en veelal nog bekend is.
Het aantal gevallen, waarin aan zo'n hof het markerichtschap was verbonden, is zo talrijk, dat we volgens hem wel mogen aannemen dat de hofheer als zodanig 't voorzitterschap in de mark bekleedde. Het gebied, waarin de curtis of curia gelegen was, wordt in oude Latijnse oorkonden de villa genoemd, terwijl ook vele van de ons bekende marken in dergelijke oorkonden als villae voorkomen. De villa en de curtis zijn meestal gelijknamig. In vele gevallen is deze naam ook geslachtsnaam geworden.
De op de hof zetelende “villieus” die we in sommige van bedoelde oorkonden aantreffen, vertegenwoordigde aldaar een elders wonende hofheer bijroorbeeld 'n klooster) en verenigde ongetwijfeld de bevoegdheden van de markerichter met die van de hofrichter.
Dit alles wijst er, aldus jhr. Van Sevenhoven op, dat er oudtijds een nauw verband heeft bestaan tussen hof en mark. Hij zou in de meeste gevallen, waarin er geen hof in de mark kan worden aangewezen, eenvoudig willen aannemen dat hij verdwenen of onkenbaar geworden is.
De mark Orden met het Orderbos waarin thans een groot gedeelte van het stedelijk gebied van Apeldoorn is gelegen is ongetwijfeld do oude mark Apeldoorn, de “villa vel marca Apeldro” uit de akte von 793 of 794 in de codex diplomaticus van de abdij Lauersham.

MARKEBOEK

In het archief van de gemeente Apeldoorn bevinden zich niet veel oorspronkelijke documenten, als getuigen van de tijd der marken.
Enige tijd geleden echter ontving de gemeente-archivaris van Apeldoorn uit handen van de heer J. J. B. Nijeboer te Wenum een belangrijk verloren gewaand archiefstuk te weten de “Buerwilker van Wenum Anno 1594”.

wenumse markeboek
Het bestaan van dit markeboek was bekend. Mr. J. J. S. Sloet maakt er in zijn boek over de markerechten melding van en heeft het met nog enkele andere stukken, deze marke betreffende, omstreeks 1910 ter inzage gehad.
Ook de heer J. D. Moerman maakt in zijn boekje “Beken, sprengen en watermolens op de Veluwe” uitgegeven in 1934 melding van het bestaan ervan.
Het buurboek van de Wenumermark, die reeds in 1335 wordt genoemd en waarvan het bestuur bestond uit een buurscholt en vier gezworenen, geeft ons een inzicht in de moeilijke tijden die er warenbij het opmaken ervan. Het is in de tijd van de tachtigjarige oorlog en wel in een periode die voor de legers van de Oranjes niet zo gunstig was. Op folio drie van het buurboek treffen we de navolgende verklaring aan: “In thyden van Crijch  ende Oorloch hebben verlooren ende binnen quyt geworden, de erfgenamen, Bueren ende Mael luyden van Wenum ende Wenemer merckt, off gemeijnte, haer Buerboeck myt alle hare schriften ende buerrechten tzamen”
Hieruit blijkt wel duidelijk dat ook Wenum heeft geleden onder de oorlogshandelingen. Zijn de stukken geroofd of verbrand bij een plundering van de buurtschap ? We weten het niet. Maar het markbestuur acht het in 1580 noodzakelijk een nieuw buurboek op te stellen in verband met het veelvuldig misbruik maken door inwoners uit de Wenumer mark en het kerspel Àpeldoorn en door vreemdelingen van het feit, dat er geen reglementen zijn.
Men zocht de oudste erfgenamen bij elkaar, dle waarschijnlijk nog bekend waren met de voorschriften, zoals die opgetekend stonden in de verloren gegane stukken.
In 1590 heeft men nog enkele verbeteringen aangebracht in het boek en in augustus 1594 wordt de willekeur afgekondigd in de kerk te Apeldoorn en mede ondertekend door de schout van Apeldoorn, Georgien Pannekoeck.

PERKAMENT

Het stuk is een folioboek in perkamenten omslag met een draad gesloten. Het bevat twaalf foliobladen, waarbij later nog zijn ingenaaid een katern van vier en een van zes bladen.
Op folio zestien staan de handtekeningen en merken van de geërfden in de marke. Op folio drie verso begint het eigenlijke buurboek met een optekening van de vaste inkomsten en de te betalen tlnsen en daarna de verschillende willekeuren. Sommige willekeuren beginnen, in afwijking van de tegenwoordige structuur van een wet, met de strafbepaling. Bijvoorbeeld bij wanbetaling mogen beesten in pand worden genomen en naar de herberg gebracht, waarna zij daar mogen worden vastgehouden totdat de schuld is voldaan.
Als er een vergadering is van geërfden dan heeft men op tijd te verschijnen, tenzij dringende redenen zulks verhinderen. Blijkbaar had men toen ook al te kampen met het Apeldoornse kwartiertje of misschien zelfs met slecht vergaderingbezoek. In ieder geval werd ongeoorloofd verzuim gestraft met een boete van een ton bier.
Het merendeel van de artikelen handelt over het weiden en wateren van vee, het steken van heideplaggen, het graven en verkopen van turf, het vissen in de Grift, het planten en kappen van bomen en ander struikgewas.

SCHUTKLUPPEL

Ook zijn er bepallngen betreffende het bljeenroepen van de geërfden voor een vergadering door middel van de schutkluppel of -knuppel. Deze was een uitgeholde stok, waarin zich een briefje met een aankondiging van het markebestuur bevond. De geërfde moest na lezing van het briefje de knuppel zo spoedig mogelijk aan een andere deelgenoot in de marke doorzenden. Werd dit nagelaten dan werd er een boete opgelegd van twee “vanen” bier.
De vergaderingen werden als regel onder de linde gehouden.
Bij slechte weersomstandigheden kwamen de deelgenoten ook samen in de herberg. De marke voerde een eigen merkteken, dat men verplicht was te zetten op de grenspalen.
Verder bevat het stuk een groot aantal namen van inwoners uit de mark, die ons ook thans niet vreemd in de oren klinken en er blijkt uit dat de buurschappen Beemte en Broekland deel uitmaakten van de Wenumer Marke. Nu nog in gebruik zijnde namen van wegen en hoeven komen er in voor, zoals Werler, Podthaven, Boschguet, De Cappelle en de Goerstraet, terwijl ult de stukken blijkt dat in die tijd in het Sytbroek, later foutief vernederlandst tot Zuidbroek, reeds teenhout werd geoogst. De schrijfkunst was nog geen gemeengoed blijkens de vele merken in plaats van handtekeningen, eenheid van spelling was er al evenmin, maar zeer interessant is bij de lezing van dit oeroude boek te constateren, dat tal van hier gebezigde woorden en uitdrukkingen, die in de officiële taal reeds lang verloren zijn gegaan tot op de huidige dag in het dialect van onze streken voortleven.
De markengemeenschappen zijn in onze omgeving volledig historie geworden. Het onverdeelde grondbezit werd dikwijls als een hinderpaal bij broodnodige ontginningen ondervonden. De rechten van de marken zijn overgegaan op gemeenten en op dorpspolders, waarvan de laatste op hun beurt weer op de nominatie staan om opgeheven te worden.

Andere tijden, andere eisen.

Toch hebben wij uit onze jeugd nog zoete herinneringen aan een paar begroeide wegen, een laatste restant van de Wenumer Marke, waar drosera en orchideeën welig tierden en de grote wolfsklauw zich over de drassige heide slingerde. Wat is het al weer lang geleden, dat zij aan de doelmatigheid ten offer vielen.

Hier eindigt het artikel. Interessant is misschien ook nog te vermelden dat de nieuwe wijk Zuidbroek in Apeldoorn eigenlijk Sytbroek had moeten heten.