Home Genealogie Familie Weltje
23 | 02 | 2012
PixSearch
Main Menu
mod_vvisit_countermod_vvisit_countermod_vvisit_countermod_vvisit_countermod_vvisit_countermod_vvisit_counter
mod_vvisit_counterToday21
mod_vvisit_counterYesterday65
mod_vvisit_counterThis week269
mod_vvisit_counterLast week498
mod_vvisit_counterThis month1385
mod_vvisit_counterLast month1654
mod_vvisit_counterAll days34459

We have: 1 guests online
Your IP: : 38.107.179.244
 , 
Today: February 23, 2012
GTranslate

Home Genealogie Familie Weltje
Familiegeschiedenis Weltje PDF Print E-mail
Written by Henk   
Saturday, 12 June 2010 19:38

Familiegeschiedenis Weltje

Los van alle genealogische informatie is het altijd prettig om een verhaal te hebben van de familie geschiedenis.
Waar kwamen onze voorouders vandaan, wat voor beroepen hadden ze en waarom deden ze wat ze deden.
Kunnen we misschien nog iets van ons zelf herkennen in deze voorouders ?

Waar kwamen ze vandaan?

Een van mijn voorouders heette Johan Hendrik Weltje. In zijn trouwakte van 1799 werd de naam Wűltje geschreven.
Zijn ouders waren onbekend maar hij kwam uit Asendorp welke plaats in Nederland niet te vinden was.
Hij was Luthers en dat was het dan.
Na vele jaren zoeken werd er uiteindelijk een Johann Heinrich Wöltje gevonden die in Asendorf , een klein stadje ten zuiden van Bremen, in een lutherse kerk gedoopt is.
Ook qua leeftijd paste deze Johann Heinrich perfect bij mijn voorouder.
De reden dat de ambtenaar in 1799 de naam met een umlaut schreef was dus achteraf gezien correct. Het was een Duitser...

De familie Weltje komt dus oorspronkelijk uit een arm landbouwgebied ten zuiden van Bremen in de deelstaat NiederSachsen in Duitsland.
Deze streek heet ook wel Grafschaft Hoya.

Wat voor beroepen hadden ze?

Mijn voorouders waren eenvoudige kleine boeren. In Duitsland heette zo'n boer een vollkötner, wat waarschijnlijk het beste vertaald kan worden met keuterboer.

In de 17de en 18de eeuw was het slecht boeren in Duitsland. De regio onder Bremen was zeer arm en de mensen werden door de omstandigheden gedwongen om hun werk elders te zoeken. 
In deze tijd gingen er veel Duitsers naar Nederland om daar als als seizoensarbeider te werken.
Daar was werk genoeg en dus trokken ze met hun gereedschap veelal te voet en in groepen naar het westen om in Holland op het land of in de scheepsbouw en scheepvaart werk proberen te vinden.

Deze mensen werden Hollandgänger genoemd.

Johan Hendrik Weltje was een van hen en was eerst arbeider van beroep maar werd later beurtschipper. Dat tekende hem als iemand met initiatief want het was nogal wat om die verre reis maken en dan ook nog zelfstandig ondernemer worden.
Zijn nazaten volgden hem meestal op als beurt- of turfschipper en een enkeling als winkelier tot aan mijn overgrootvader toe die, na eerst beurtschipper te zijn geweest ,zich tijdens de 1ste wereldoorlog als boer te Eindhoven vestigde. Even werkte hij nog als stoker voor de fabricage van gloeilampen bij Philips Hij heeft een uitgebreid dagboek geschreven waarin de armoede uit die tijd goed beschreven werd..
De generaties daarna hadden totaal andere beroepen nl. achtereenvolgens mijn opa als stukadoor  (ook o.a. weer bij Philips), mijn vader als tv en radiotechnicus (weer bij Philips) en ikzelf als software technicus (ook weer bij Philips).

Met de landbouw of de scheepvaart hebben mijn kinderen niet veel affiniteit meer dus die trend is nu wel definitief gebroken.

Kunnen we misschien nog iets van ons zelf herkennen in deze voorouders ?

De Weltje’s zijn van oorsprong Saksen en die hebben bepaalde uiterlijke kenmerken. Stevig en wat hoekig. Toen ik een paar jaar geleden in NiederSachsen op vakantie was voelde ik me er tot mijn eigen verrassing thuis en er liepen zelfs mensen rond die qua uiterlijk erg op mijn opa leken. Voor wie hem niet gekend heeft, hij leek bijzonder veel qua articulatie (die zware wat gedragen stem) en ook uiterlijk gezien op Gerard Reve, maar daar hield het toch helemaal mee op.

De naam Weltje is niet altijd dezelfde geweest.

De oorspronkelijke naam was in de 17de eeuw Wöltjen en dat werd ook wel als Wöltgje, Wöltgjen of Wöltje geschreven.
In de niet Duitstalige landen waar de umlaut onbekend was werd de ö vaak als oe, u, ij of e geschreven.
Dat leidde ertoe dat in de Verenigde Staten  de naam Woeltje of Woeltge gebruikt werd en in Nederland en Engeland de naam Weltje. In Nederland kwam ook Wijltje voor en de eerste keer dat de naam werd gebruikt was het waarschijnlijk Wűltje

Wöltje is een andere naam voor Walter en waarschijnlijk een patroniem. De voornamen Walter en Wolter en hun afgeleiden zijn waarschijnlijk afgeleid van het Germaanse "waldher", waar "wald" staat voor heersen en "her" voor leger. De naam betekent dus waarschijnlijk legeraanvoerder.

Ik weet niet of de naam iets over het karakter zegt ;-) Dat laat ik graag aan de fantasie van uzelf over. Wel weet ik dat mijn overgrootvader wel de "ongekroonde koning" van de familie genoemd werd.

Mijn vader heeft na de tweede wereldoorlog als radio technicus bij de luchtmacht gewerkt. Bij de familie foto's staat een album genaamd Henk Weltje Sr. De teksten onder de foto's en nog meerdere staan op deze pagina met foto's van Henk Weltje sr. en zijn uit zijn luchtmacht periode vanaf 1946.. De foto's zijn o.a in Deelen (Schaarsbergen), Ypenburg, Leeuwarden, Soesterberg, Gilze Rijen en Valkenburg genomen.
Oude toestellen zoals de Harvard, Fairey Firefly Mk I , P51 Mustang, RB Republic Thunderstreak, Lockheed 12 maar ook een zeldzame foto van een Fokker Promotor en de Supermarine Seafang F Mk 32. Dit was een marine versie van de Spitfire. Verder de Mitchel van generaal Spoor. 

Hieronder een artikel dat aangeboden is aan de redaktie van het blad "de Vliegende Hollanders" van de luchtmacht voor een jubileumuitgave. Het is gedeeltelijk gepubliceerd.

Het verhaal….

De meeste lezers van de Vliegende Hollanders hebben waarschijnlijk geen idee uit wat voor mensen de eerste luchtmacht militairen bestonden. Wat hun achtergrond, opleiding enz. was. Hierbij mijn verhaal. Tevens heb ik geprobeerd kort de geschiedenis van vliegveld Welschap voor, in de oorlog en direct na de bevrijding te vertellen.

Voor de oorlog woonden we tegen het vliegveld Welschap aan. Zo nu en dan landden er een paar Fokkers.. Die moesten vaak een tijdje rondjes draaien, omdat boer van Laarhoven eerst zijn schapen aan de kant moest drijven. Toen de Duitsers in 1940 kwamen werd het vliegveld enorm uitgebreid en vlogen tientallen Heinkels en Dorniers richting Engeland. We telden dan hoeveel er opstegen en weer terugkwamen en dat verschil werd steeds groter. Later kwamen er de JU88 en ME110 nachtjagers en die schoten heel wat geallieerde bommenwerpers neer. Die zag je dan als een brandende fakkel naar beneden komen. Om daar wat aan te doen werd het vliegveld regelmatig door de geallieerden gebombardeerd. Zo’n aanval was een verschrikking. Je zag zo’n groep bommenwerpers met open bomluiken naar je toekomen. Ze schoten een lichtkogel af en na een enorm gefluit bewoog alles, met een oorverdovend lawaai. Eenmaal weer uit de schuilkelder was er alleen maar rook en stank.

Na de bevrijding ben ik meteen op het vliegveld gaan werken bij een opruimingsploeg. Wel gevaarlijk, maar daar maakte je je als 18-jarige niet zo druk om. Het was één grote geordende chaos. Typhoons die 4 à 5 keer per dag een missie vlogen (het front was dichtbij), Dakota’s met voorraden en Whitleys die gewonden kwamen ophalen. Omdat Welschap het eerste vliegveld op bevrijd gebied was, landden er ook de aangeschoten bommenwerpers. Sommige gewoon op de startbaan, maar andere maakten buiklandingen en die schoven soms van de startbaan af met de nodige rotzooi.
In die tijd hoorde ik dat er in Eindhoven een radioschool geopend werd. Ik had vanwege de oorlog alleen maar lagere school, maar ik mocht me toch laten inschrijven. Twee keer in de week anderhalf uur heen en anderhalf uur terug lopen.

Een tijdje later zag ik op een aanplakbiljet dat de Nederlandse luchtmacht vrijwilligers vroeg. Met het bewijs op zak dat ik op een radioschool ‘studeerde’, kon ik me laten inschrijven. Een paar weken later zat ik al in Ypenburg. We moesten daar toelatingsexamen doen, maar met mijn letter W van Weltje kwam ik bijna achteraan. Omdat ze bijna aan alle jongens hetzelfde vroegen, kon ik al mijn voorgangers mooi uitvragen en toen ik aan de beurt kwam, wist ik alles over Phytagoras, sinus en cosinus.  Na een paar weken werd ik overgeplaatst naar de Transva op vliegveld Valkenburg en je zou het bijna niet geloven maar het werd de keuken van de officiersmess. Afwassen en aardappels schillen. Nu zat er op mijn kamer een jongen die in de radiodienst werkte en dat vond hij maar niets. Ik opscheppen over mijn baantje: lekker eten en bedienen in de mess : daar had hij ook wel oren naar en wilde wel ruilen. Ik schaam me er nu soms nog over.
We hadden makkelijk werk. Als er een vliegtuig geland was, vroeg je de vlieger of er klachten waren en als die er niet waren zette je een krabbel in een soort logboek. Als er wel klachten waren, werden die door een sergeant opgelost.
Wat mij vooral bijgebleven is van Valkenburg was een radar-demonstratie. Er vloog een Mosquito kris  kras over het vliegveld. Een zoeklicht was gekoppeld aan een radar-apparaat, en als ze het zoeklicht aanknipten hadden de Mosquito direct te pakken. In die tijd bijna een wonder.
Toen ontdekten ze dat we nog geen infanterie-opleiding hadden gehad. Van alle vliegvelden werden de oorlogsvrijwilligers gehaald en dus op naar Breda. Marcheren, schieten en dat soort dingen. Zaterdags hadden we altijd veldloop. Na een paar uur mochten we, zo snel als we konden, terug naar de kazerne. Bij de ingang stond de commandant te kijken en die renden we allemaal zonder groeten voorbij. De man was daar zo nijdig over, dat we allemaal bezweet moesten aantreden op het kazerneterrein. Heel de groep demonstratief hoesten en proesten waardoor de man steeds kwader werd. Totdat een van de jongens wegglipte en de dokter waarschuwde. Die adviseerde de commandant dringend, om ons zo snel mogelijk naar binnen te sturen. Hij heeft het ons nooit vergeven.

Hierna zouden we naar Blackpool gaan voor opleiding vliegtuig-radarmonteur, maar dat ging niet door, omdat er op Schaarsbergen een radioschool geopend zou worden. In afwachting daarvan moesten we naar vliegveld Leeuwarden. Het was winter 1947. We hadden geen verwarming op de kamers en het vroor ruim 30 graden en dat heeft mij een stukje van mijn oor gekost. In het voorjaar konden we toch naar Schaarsbergen. Wij waren de eerste militairen daar na de oorlog en er  was nog niets. We moesten zelf proefopstellingen maken. Werken met radio’s en versterkers en om daar fouten in te maken sloegen we spijkertjes door condensatoren. We hebben daar veel geleerd, vooral theorie. Op Deelen stond een heel wagenpark om naar in Indie verscheept te worden. Die moesten we  tussendoor ook nog bewaken, met het gevolg dat we in het weekend niet naar huis mochten, maar wel naar de kerk. Die zat natuurlijk bomvol militairen. De dominee vroeg of er jongens bij burgers een kopje koffie wilden drinken en mijn vriend en ik kwamen bij de melkboer terecht. Die organiseerde feestjes voor ons en daar heb ik mijn vrouw leren kennen, waarmee ik nu al zo’n 50 jaar ben getrouwd.
Wat ik mij van Schaarsbergen nog goed kan herinneren, waren de bos- en  heidebranden. Heel de school moest dan helpen met blussen en dat waren smerige karweitjes. Na de laatste examens gingen de jongens die gezakt waren naar de vliegvelden en de geslaagden, waar ik  bij hoorde, naar de centrale radiowerkplaats aan de Kampweg in Soesterberg. Daar vandaan deden we de grotere reparaties op de vliegvelden en plaatsten we zenders. Ik ben ook nog een tijdje op Gilze-Rijen gedetacheerd geweest. Daar moesten we in nieuwe Harvard’s zenders- ontvangers bouwen en mochten we meevliegen om ze uit te proberen. We draaiden en duikelden daar tussen de grote rivieren. Kortom : Mijn luchtmachttijd was een fijne tijd.

Met vriendelijke groet,

Henk Weltje

 

 

Last Updated on Sunday, 05 February 2012 18:45